Orientatiepunt

In het boek Italiaanse reisherinneringen van architect H.P. Berlage beschrijft Berlage wat hij ziet en ervaart als hij vanuit de trein in de verte een stad ziet opdoemen. Hij vindt de trein zo snel gaan, té snel raast volgens hem (in 1880) de trein door het Italiaanse landsschap. In die snelheid is het extra goed opletten. Hij zit klaar aan het raam, met zijn verrekijker in de aanslag, om de eerste glimp van bebouwing op te merken. Kijk daar, daar ziet hij al iets, een puntje…

…een puntje aan de horizon. Het begint bijna altijd met een toren. Van een burcht, kasteel of kerk. Het is het hoogste punt van de stad dat zijn blik vanuit de verte bereikt. Die puntjes aan de horizon bezorgen hem keer op keer een gevoel van opwinding en spanning.

Niet lang na zijn reis, ontwierp hij o.a. het Mercatorplein met de twee torens.

‘Sinds zijn Italiëreis in 1880-1881 was Berlage dol op torens. Door ze te laten verschillen in grootte en positionering maakte hij de torens tot een oriëntatiepunt voor de wijde omgeving. Zo wist je vanzelf vanaf welke kant van de Hoofdweg je op het Mercatorplein afkwam.’

Uit: De metamorfose van de Baarsjes, Tabak, L., Bart Sorgdrager, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Amsterdam 2010.

 

Ik hoop dat mensen die ‘s avonds op weg naar huis vanaf de ring de stad indraaien ook zo nu en dan zo’n blik werpen op de torens. Maar het kan zijn dat we daar in de auto nu echt te snel voor gaan. Misschien dat het nog werkt voor wandelaars in de omliggende parken of fietsers die op een van de rechte wegen van en naar het plein rijden?

Schetsen van Berlage uit archief van Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.